5 dagen Wicklow Way (Ierland)

De Wicklow Mountains strekken zich golvend uit onder Dublin, hoofdstad van Ierland. Dus voor je het vraagt: ja, wij hebben wel wat regen gezien. Maar dat deerde niet. De Wicklow Way gedijt in slecht weer. Misschien – en ik wik mijn woorden – zelfs beter dan in de zon.

Onze eerste dagtocht bracht ons van de metropool Dublin naar het pittoreske dorpje Enniskerry, door donkere bossen, over weidse velden en langs zeldzame, vreemd gebekte vogels. De kilometers vlogen voorbij alsof het niets was – alle twintig.

Wij wandelden van het noorden naar het zuiden, maar het kan ook andersom.

Overnachten deden we die avond in Rambler’s Rest: het initiatief van een gezin met uit-huis-getrokken kinderen en bijgevolg te veel lege ruimtes. Zeer vriendelijke mensen, zeer goede bedden en een geweldig ontbijt, maar erg romantisch was onze zolderkamer niet.

Enniskerry zelf is een klein, maar uitermate charmant dorpje. Om vanuit Rambler’s Rest in het centrum te geraken – waar een uitstekend Italiaans restaurantje te vinden is – neem je na een lange dag wandelen best even de bus. Zorg dan wel dat je de laatste rit terug niet mist. Zoals wij.

De rots van J. B. Malone

De ene wandelaar is de andere niet, maar ik hou er wel van om een tocht vooraf al wat te googelen. Zo stuitte ik op deze foto:

J. B. Malone Memorial
By Joe King – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=14975970

Meteen kreeg onze wandeling er een dimensie bij. We moesten en zouden de rots vinden van J. B. Malone, pioneer of the Wicklow Way. Of hij er nu onder begraven lag of niet.

Al op dag twee was het zover. Het was de mooiste passage van de reis, en het heeft geen seconde niet geregend. Op de top van Djouce Mountain stonden we zelfs met onze voeten in de sneeuw en zagen we geen steek voor ogen.

Maar de mist langzaam zien opklaren, de meren in het dal voorzichtig tevoorschijn zien komen en de eerste zonnestralen zich schuchter een weg zien banen doorheen de wolken, is van het mooiste dat een natuurliefhebber zich kan wensen.

Een plotse wel erg drastische wolkbreuk en een toevallig passerende vriendelijke Ier, maakten dat we de laatste van de achttien kilometers die dag in de auto doorbrachten.

We sliepen in Riverbank Bed and Breakfast in het dorpje Roundwood, aten en dronken in de lokale pub, en alles was goed.

Erop

Op dag drie sloeg het noodlot ongenadig toe, in de vorm van een ontstoken achillespees. Wat volgde was een dag die voornamelijk bestond uit taxi nemen, koffie drinken en twee warme maaltijden om de van avontuur verstoken middaguren te overbruggen.

… en erover

Een achillespeesontsteking herstelt zich niet op een dag, maar wat drugs van vrijgevige Amerikaanse hostelgenoten kan wonderen verrichten. Dus na een verkwikkende nacht in de Pinewood Lodge – ook een aanrader trouwens – gingen we afwachtend op weg, klaar om er elk moment de brui aan te geven, wat tot heel wat frustraties en gejammer geleid zou hebben.

Zo ver hoefde het gelukkig niet te komen. De pees hield stand, het weer was stralend, de tocht verrassend. Na dagen van uitgestrekte vlaktes biedt de Wicklow Way tussen Glendalough en Glenmalure bomen, bossen en herten. En al waren we nog lang niet uitgekeken op het groen en wit van de weiden met schapen, dit andere gezicht van de Ierse natuur is net zo beminnelijk.

Wicklow Way

Bij deze ook alvast een waarschuwing: de top van de 650 meter hoge Mullacor laat lang op zich wachten. Achter elke bocht doemt hij op in de verte en lijkt het alsof achter de volgende bocht de lange klim eindelijk zijn apotheose zal kennen. Maar dat lijkt vaak zo – wel zo’n zeven keer – en na zes daarvan kom je natuurlijk bedrogen uit. Hou vol, de beloning – grandioze uitzichten vanop de tijdens grote delen van het jaar besneeuwde top – is het waard.

Eindbestemming Glenmalure telt ruw geschat vijftig inwoners – de tientallen schapen meegerekend. Onze verkrampte spieren vonden rust in Coolalingo, een charmant boerderijtje met honden, koeien en pony’s. Het onthaal was hartelijk, de bedden uitstekend, de stilte overweldigend en het ontbijt om over naar huis te schrijven.

Een aansterkende maaltijd en de nodige halve liters cider en Guinness – of Smithwicks, voor wie zijn darmen graag ook wat rust gunt – vind je in de Glenmalure Lodge, naast een warm haardvuur en tussen warme mensen.

Tot ziens, Wicklow Way

Op dag vijf voerden onze benen ons naar Greenan, zo’n twintig kilometer ten oosten van de Wicklow Mountains. Het treinverkeer in de regio is beperkt, dus om op tijd ons vliegtuig huiswaarts te bereiken, moesten we op dag zes in Rathdrum geraken, één van de weinige dorpen in de regio met een verbinding met Dublin.

Dus hielden we de Wicklow Way voor bekeken, met pijn in ons hart.

De zeer goed aangeduide wandelroute is een aanrader voor wie op zoek is naar dagen van totale ontspanning in wondermooie natuur. De die hard avonturier, die wil klimmen en dalen dat het een lieve lust is en ook graag wildkampeert, kan meer geschikte routes vinden.

Voor alle verdere informatie, kaarten, en zelfs reservatiemogelijkheden is er één adres: http://www.wicklowway.com.

Of een mailtje naar noplacelikeoutside@gmail.com, dat spreekt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *