Trektocht naar Mount Everest Base Camp

Sagarmatha. Chomolungma. Mount Everest.

Nu ik dit schrijf, ligt onze reis naar de Himalaya al tweeënhalf jaar achter ons, maar ze heeft in mijn herinnering nog niets van haar magie verloren. Tegenover mij aan de muur hangt een schilderijtje dat ik net na de tocht in Kathmandu kocht. Daarop prijkt het rode, boeddhistische klooster van Tengboche op de voorgrond, het ligt net boven de boomgrens; de witte toppen van Mount Everest en de spitse Ama Dablam torenen er hoog bovenuit. De ondergaande zon kleurt de lucht dieporanje. Telkens ik ernaar kijk, hoor ik weer de tonen van Om Mani Padme Hum: een boeddhistisch mantra dat in elk dorp onderweg – van het groene Lukla tot het kale Gorakshep – door openstaande deuren naar buiten galmt.

In het kort

Soort tochtHeen-en-terug
Startpunt – EindpuntLukla
Duur17 dagen
Hoogste puntKalapatthar (5.545 meter)
PeriodeSeptember 2017

Video

Verslag

Dag 1 tot 3: Lukla (2.800 meter) naar Namche Bazaar (3.440 meter)

Elke tocht naar het gebied van reuzen Mount Everest, Lhotse, Ama Dablam en Pumori begint op 2.800 meter in Lukla, waar wij in september 2017 met een klein vliegtuigje uit Kathmandu landden op ‘het gevaarlijkste vliegveld ter wereld’. Ik en Ilco maakten de tocht met een lokale organisator van trekkingen in Nepal, Tibet en Bhutan: Unique Adventure International (voor meer informatie, zie onderaan). Onze gids heette Ram Adhikari. Hij was een ontzettend warme, behulpzame en ook rustige man: de ideale reisgezel.

De eerste kilometers in de Himalaya trekken door dichte groene bossen, over veel – heel veel – gammele, ijzeren bruggen die diepe ravijnen overspannen. Met de regelmaat van een klok kruisen we karavanen jaks, beladen met zware jutten zakken, soms zelfs met bergen blikjes Coca-Cola. Het massatoerisme en al wat daarbij komt kijken heeft ook deze ooit onherbergzame gebieden niet ontzien. In de periode waarin wij de tocht maakten, was het gelukkig best rustig.

Terwijl we de groene bossen doorkruisen, kilometers lang, vaak zij aan zij met de rivier, doet niets vermoeden dat we bijna aan de voet van enkele van de hoogste bergen op aarde staan. Dat besef begint pas echt te dagen wanneer we door de poort wandelen die het begin van Sagarmatha National Park aanduidt. En zeker wanneer we nog diezelfde avond aankomen in Namche Bazaar, de hoofdstad van het Everest-gebied. Ze is gebouwd tegen een heuvelwand en doet ons denken aan de witte stad Minas Tirith uit The Lord of the Rings. Door de straten schreiden boeddhistische monniken in rode gewaden en op elke straathoek staan kleine, witte stupas – ronde bouwwerken die relieken van een boeddhistische heilige bevatten.

Bij onze aankomst, laat in de namiddag, hangt in het dal een dichte mist. Pas wanneer we de volgende ochtend opstaan en de eerste witte toppen van de reis zien opdoemen, weten we dat we nu echt het hooggebergte binnenwandelen. We krijgen zelfs onze eerste aanblik van Mount Everest, een kleine witte stip in de verte, vanaf een uitzichtpunt met een standbeeld van Tenzing Norgay – de sherpa die samen met Edmund Hillary als eerste op de top van de hoogste berg ter wereld aankwam. In een kleine boekenwinkel koop ik het boek ‘Everest 1953’, dat het verhaal vertelt van die eerste succesvolle expeditie. Dat verhaal lezen terwijl je zelf naar die berg op weg bent, is overweldigend.

Dag 4 tot 8: Namche Bazaar (3.440 meter) naar Gorak Shep (5.160 meter)

De volgende vier dagen brengen ons van de hoofdstad van de regio naar kale, ijle hoogtes waar leven moeilijk is en ademen zwaar. We nemen preventief pilletjes tegen de hoogteziekte, Diamox, om te voorkomen dat een plotse opstoot daarvan zou betekenen dat we opnieuw moeten afdalen. Aan het klooster van Tengboche, het belangrijkste boeddhistische klooster van de regio, geven we voor de zekerheid de prayer wheels enkele forse draaien.

In volgende halte Dingboche is de overweldiging door de witte bergtoppen het grootst. ’s Avonds, opnieuw, is alles verstopt in dichte mist, de volgende ochtend valt onze mond open wanneer we de gordijnen opentrekken en de spitse, onmiskenbare Ama Dablam voor ons zien opdoemen.

De volgende twee dagen voeren ons, omgeven door jaks en hun hoeders, van Dingboche, over Lobuche, naar Gorakshep, de laatste halte voor het basiskamp van Mount Everest. Hier is weinig zuurstof in de lucht, zijn de groene bossen al lang vergeten, en is de natuur extremer dan wij hem ooit al hebben gezien. Hier wanen we ons echt in een andere wereld, waarin wij klein en betekenisloos zijn tussen de eindeloze toppen.

We worden gelukkig gespaard van hoogteziekte, al heeft Ilco het in Lobuche wel even moeilijk. Rustig aan doen, op tijd zitten en op adem komen, aangevuld met de dagelijkse portie dal bhat en liters water, is de sleutel.

Dag 9 tot 17: Naar Kalapatthar (5.545 meter), Mount Everest Base Camp, en terug

Op de dag waarop Kalapatthar op ons programma staat – een kleine top aan de voet van Nuptse, Lhotse en Mount Everest die een onklopbaar zicht biedt – is de lucht donkerblauw en van mist geen spoor. De klim is stevig. De sporen van de aardbeving die Nepal in 2015 teisterde, amper twee jaar voor onze tocht, zijn nog overal zichtbaar, in de vorm van losgeslagen rotsblokken en wegen die verdwenen zijn. Onze gids heeft soms moeite om zich te oriënteren, maar brengt ons naar het hoogste punt waar we ooit in ons leven kwamen: 5.545 meter boven de zeespiegel, met een panorama van 360°. De bergen rijzen hier zo snel op, zijn zo in your face dat het moeilijk is om de omvang ervan te vatten. Het lijkt alsof die je die witte top daar in de verte op enkele uren stappen wel moet kunnen bereiken. Niet, dus.

Omdat we buiten het klimseizoen zijn, is het basiskamp, waar we na een steile afdaling aankomen, verlaten: een grijze, stenen vlakte, die in andere tijden van het jaar word omgebouwd tot een kleine stad vol tentjes van klimmers die drieduizend meter hoger gaan dan wij. Aan de overkant van die stenen vlakte zien we de eerste meters Khumbu Icefall, de eerste technische hindernis naar de top van de wereld. Maar wij draaien om – voldaan, overweldigd, gelukkig – en beginnen aan de afdaling, die dezelfde weg terug volgt en ons nog eens vijf dagen kost.

Praktisch

  • Wij maakten de tocht met het lokale trekking-agentschap Unique Adventure International: https://www.uniquetreks.com/.
    De organisatie was vlekkeloos, de eigenaar – Khum Subedi – net als onze gids – Ram Adhikari – ontzettend vriendelijk en behulpzaam.
  • De reis van 17 dagen kost je bij Unique Adventure zo’n 1.780 euro. Dit is inclusief alles: een hotel in Kathmandu voor en na de tocht, de vlucht naar Lukla, alle overnachtingen in guest houses, drie maaltijden per dag, een gids, … De enige bijkomende kost is de internationale vlucht naar Kathmandu – in ons geval 580 euro.
  • Je kan de tocht natuurlijk ook volledig zelf uitstippelen. In elk dorpje langs de weg zijn guest houses te vinden – in het ene al meer dan in het andere. Zelf een tent opzetten is in Sagarmatha National Park verboden, dus de guest houses zijn niet alleen de aangewezen, maar de enige garantie op een bed. In drukke periodes is vooraf boeken noodzakelijk, in rustigere maanden, zoals in september en oktober, is de kans op een vrij bed groot.
  • De weg vinden zou geen probleem mogen zijn: de paden richting Everest Base Camp zijn goed aangegeven, dus tenzij je van de weg dwaalt, is het best veilig. Zorg uiteraard voor een kaart.
  • Voor Nepal is een visum vereist. Dit kan je op de luchthaven van Kathmandu ter plekke kopen aan de grenscontrole. Kostprijs: 25 USD voor 15 dagen, 40 USD voor 30 dagen.
  • Dé maaltijd in de himalaya is dal bhat, met als basis gestoomde rijst en linzensoep (dal), aangevuld met diverse sauzen met bonen, kip, … Terwijl overnachtingen in de Himalaya heel goedkoop zijn, is het eten – dat door mensen en jaks te voet vanuit Lukla, of met de helikopter verspreid wordt over de verschillende dorpjes – duur. Water kan je overal gratis aan de kraantjes bijvullen.
  • De lokale munteenheid in Nepal is de Nepalese roepie. 1 euro is goed voor zo’n 132 roepies. In Namche Bazaar zijn ATM’s, de enige in het gebied. Zorg dat je geld meebrengt uit Kathmandu.
  • De grootste bedreiging tijdens een reis in de Himalaya is hoogteziekte. Diamox is daarom een must in je reisapotheek. Wij namen het preventief, voor de zekerheid, maar dat is niet noodzakelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.